Natuurherstel is een verhaal van vroeger
Een paar jaar terug zat ik in een overleg over het redden van een van de grootste wateren van Nederland. Een nationaal programma. De beste bedoelingen. Een volle zaal. Toerisme trok de ene kant op, de industrie de andere. De visserij zat er ergens tussenin. En een rij mensen hield vol dat we de lokale vissoorten moesten beschermen voordat ze zouden verdwijnen. Iedereen in die zaal wilde behouden wat hij kende, precies zoals hij het zich herinnerde.
De afgelopen tien jaar zie ik soorten opduiken in mijn deel van het land die hier niets te zoeken hebben. Planten, vogels en insecten die in Frankrijk thuishoren, schuiven langzaam noordwaarts onze akkers en sloten binnen. En de oorspronkelijke bewoners ruimen stilletjes het veld, omdat de temperatuur verschuift. Niemand heeft ze uitgenodigd. Het klimaat deed dat.
Dus blijft dezelfde ongemakkelijke vraag hangen. Als de basis verschuift, wat beschermen we dan precies en voor wie?

Shifting Baseline
Onderzoek van Malin Pinsky zegt het zonder voorbehoud. Naarmate het water opwarmt, en soorten er minder zuurstof uit kunnen halen, trekt het zeeleven richting de polen, soms honderden kilometers binnen één decennium. Hele visgronden verschuiven onder de beheerplannen vandaan die we eromheen hebben gebouwd.
Daniel Pauly benoemde de diepere valkuil al dertig jaar geleden. Hij noemde het het ‘shifting baseline syndrome’. Het verschuivende ijkpunt. Elke generatie neemt de zee van haar jeugd als de natuurlijke toestand, meet verval vanaf dat punt en vergeet hoe vol de zee ooit was. De basislijn zakt en we blijven de uitgeputte versie normaal noemen.
Als de basislijn wegzakt en de soorten in beweging zijn, dan gooien we echt geld weg als we enorme bedragen uitgeven om biodiversiteit op één vaste plek proberen vast te pinnen in plaats van het in te zetten op kansrijkere soorten en ontwikkeling.
Het woord dat we verkeerd gebruiken
We grijpen vaak naar drie woorden: bescherming, herstel, regeneratie. We gebruiken ze alsof ze hetzelfde betekenen. En we zeggen zelden wat elk woord moet doen.
Bescherming blijft tellen. Een werkend ecosysteem intact houden, de bulldozer en de boomkor tegenhouden, dat werk is echt en urgent. Een levend systeem dat we nog hebben is meer waard dan een systeem dat we beloven terug te bouwen.
Bij herstel sluipt de verwarring binnen. Herstel kijkt achterom. Het vraagt wat hier ooit was en probeert dat terug te zetten. Dat instinct klopte toen het klimaat stilstond. Het klopt veel minder nu de bomen, de vlinders en de vissen die het oude ijkpunt bepaalden uit zichzelf vertrekken. Je herstelt iets naar een eerdere toestand. Maar wat doe je als die eerdere toestand niet meer past bij het weer van vandaag?
Dan zeg ik het maar hardop. Natuurherstel uit nostalgie hoort bij vroeger.
Functie toevoegen, niet de lijn vasthouden
Brett KenCairn liet me er anders naar kijken. De planeet draait op ongeveer de helft van haar vroegere biologische capaciteit. De helft van het levende weefsel, de helft van het bodemleven, de helft van het waterbergend vermogen. Het verhaal gaat dan niet meer over het bevriezen van een momentopname. Het gaat over het terugbouwen van levend vermogen, waar je ook bent, met wat werkt in het klimaat dat eraan komt.
JD White en het Climate Water Project spreken over het vernatten van het land. Bodem die werkt als een spons in plaats van een dak. Water dat je afremt en de grond in laat zakken in plaats van het naar zee te jagen. Levende bossen verplaatsen vocht over continenten als een pomp van bladeren. Verlies het levende weefsel en je verliest de pomp. De regen blijft uit of valt op andere plekken.
De films van Andrew Millison in India laten boeren zien die gebarsten, afgeschreven grond terugbrengen tot werkende watersystemen. Grondwerk dat putten weer vult die een generatie lang droog stonden. De Great Green Wall door de Sahel is dezelfde beweging op continentale schaal. Niets daarvan is een keurige buurttuin. Het is doelbewust en vaak ontworpen. En het bouwt meer waterberging en meer schaduw dan de grond ooit had.

Het gaat om mensen, niet om ansichtkaarten
Bij symboolacties raakt mijn geduld op. Een beschermde hectare met een paar bomen en een lintje is geen adaptatie. Het is een foto.
De Lancet Countdown meldde dat bijna elke gemonitorde regio in Europa tussen 2015 en 2024 meer hittedoden telde dan in het decennium rond 2000. Dit zijn geen verhalen over de natuur maar verhalen over de gezondheid van mensen en gemeenschappen. En ze komen het hardst aan in de dichtste, heetste, armste delen van onze steden.
Als we willen dat steden geen hittevallen meer worden, dan moeten we levende systemen als infrastructuur behandelen. Schaduw, bodem en water, ontworpen in de straat, op het dak en op het schoolplein. Ingrepen die je kiest om wat ze doen, niet om hoe ze op de foto staan.
Mijn eigen antwoord op dat overleg is inmiddels veranderd. Ik zou nog steeds vechten om het water te beschermen dat we hebben. Ik zou ophouden te doen alsof we het precies zo moeten houden als het was. En ik zou het echte geld steken in het toevoegen van functie. Meer water in de grond, meer schaduw boven de straat, meer levend weefsel dat werk verzet, gemeten naar wat het doet voor de mensen die er wonen.
Herstel kijkt achterom. De gemeenschappen die de komende decennia goed doorkomen, zijn de gemeenschappen die leren vooruit te bouwen. Te bouwen voor wat gaat komen, niet voor wat ooit was.
Bij FutureFit Collab is dit het gesprek dat we steeds voeren met leiders en hun teams. Hoe je het hele systeem leert zien, hoe je de basislijn loslaat zonder je houvast te verliezen en hoe je dat omzet in keuzes die je maandagochtend maakt en op dinsdag uitvoert. Als dat dit jaar het dossier op jouw bureau is, kom ik graag met je in gesprek.
Berend Aanraad

